Biografie

Johannes Bosboom (1817-1891)

Johannes Bosboom (1817-1891) wordt beschouwd als de belangrijkste schilder van kerkinterieurs in de 19e eeuw.
Johannes Bosboom bleek al op jonge leeftijd over een groot tekentalent te beschikken en ging op veertienjarige leeftijd in de leer bij de schilder van stadsgezichten Bart van Hove. Datzelfde jaar werd Johannes Bosboom ook leerling aan de Haagse Tekenacademie.

De drie Haagse stadsgezichten die Bosboom in 1833 op de tentoonstelling van levende meesters presenteerde, toonden de invloed van zijn leermeester van Hove. Na afsluiting van zijn opleiding bij de Academie reisde Johannes Bosboom naar Düsseldorf, Keulen en Koblenz en maakte er veel tekeningen en schetsen. Bij terugkomst vestigde Johannes Bosboom zich als zelfstandig schilder aan de Dunne Bierkade in Den Haag.

In zijn leertijd bij Van Hove werkte Johannes Bosboom mee aan het schilderen van toneeldecors. Op deze wijze deed hij kennis op van de architectuur en bouwstijlen in andere landen. Vanuit zijn interesse voor de architectuur van gebouwen en decoraties in het bijzonder, ontwikkelde hij belangstelling voor kerkinterieurs. De waardering die hij kreeg voor zijn kerkinterieurs was voor hem een stimulans om zich verder op dit terrein te specialiseren.

Aanvankelijk schilderde Bosboom, naar zijn zeventiende eeuwse voorganger Emanuel de Witte, in een gedetailleerde en tekenachtige techniek. Hij zocht vooral naar de juiste visuele weergave van het kerkinterieur. De sfeer, de hoogte en de diepte van de ruimte moesten zo optimaal mogelijk worden weergegeven. In navolging van zijn leermeester Van Hove bouwde Bosboom de kerkruimte op uit een voorgrond, middenplan en achtergrond. De stoffering van het middenschip en de zijbeuken moesten het opgeroepen perspectief benadrukken.

Later legde Bosboom, dan beïnvloed door Rembrandt, zich meer toe op het met breed penseel weergeven van licht- en kleurimpressies van het interieur. Het belang van de architectuur werd naar de achtergrond verdrongen in het voordeel van de atmosfeer. Daarmee gaf Bosboom zijn kerkinterieurs een heel andere expressie dan de zeventiende-eeuwse schilders hadden gedaan. In de vroege olieverfschilderijen van Synagogen is de lossere penseelvoering voor het eerst zichtbaar. Later legde Bosboom zich ook in de andere kerkinterieurs steeds meer toe op deze techniek.

Met zijn impressionistische benadering stond Bosboom aan de wieg van ontwikkelingen die zouden leiden tot de Haagse School. Dat het werk van zijn zeventiende-eeuwse voorgangers nooit helemaal zijn gedachten was, blijkt uit de kleding uit de gouden eeuw die de figuren op bijna al zijn voorstellingen dragen.

Als Bosboom succes had met een bepaald onderwerp, herhaalde hij het soms. Zo zijn er bijvoorbeeld verschillende versies bekend van de Bakenesserkerk in Haarlem, de St. Laurenskerk in Alkmaar en een orgelspelende monnik. De stoffage was echter nooit helemaal hetzelfde.

Johannes Bosboom verwierf als schilder en aquarellist van kerkinterieurs een grote internationale bekendheid. Zijn collega's beschouwden hem als een autoriteit, niet alleen vanwege zijn talent maar ook door zijn inzet voor de kunstenaars.
Vele musea in binnen- en buitenland hebben werk van deze schilder in het bezit.

Op 3 april 1851 huwde Johannes Bosboom (1817-1891) de schrijfster Geertruida Bosboom-Toussaint (1812-1886).
Geertruida Bosboom-Toussaint wordt gerekend tot de beste Nederlandse auteurs van de 19e eeuw. Het huwelijk bleef kinderloos. Hun graf ligt op de Algemene Begraafplaats Kerkhoflaan in Den Haag. Aan het hoofdeinde werd in 1887 een monument in neorenaissancestijl geplaatst. Het bestaat uit twee Ionische zuilen waartussen een witmarmeren vrouw staat. Het monument werd gemaakt door Bart van Hove, een van de leermeesters van Johannes Bosboom die in 1891 werd bijgezet.

 

 

 

Geertruida Bosboom-Toussaint (1812-1886)

Grafmonument Bosboom-Toussaint

Johannes Bosboom (1817-1891)



Reacties zijn gesloten.

Vergelijkbaar